Tagarchief: historisch

Baldarics weemoed

Baldaric de Visigoot tuurde over de zee. Zijn gezicht was getekend met de ruwe etsnaald van een leven op het slagveld. Met zijn zevenentwintig winters was hij de oudste van de horde, die zich razendsnel en plunderend een weg had gebaand door het continent. Mannen afslachten, vrouwen verkrachten, schuren leegroven en dorpen platbranden; in feite had hij nooit een ander bestaan gekend. En ook nu dronk hij buitgemaakte wijn uit de schedel van een Frankische hoofdman, terwijl de zon uitbundig stralend stierf in de oceaan.

Was het de ongegeneerde kleurenpracht van vermiljoen en karmozijn? Was het de loensende blik van de oude vrouw die hij eerder die dag had opgeknoopt, die hem deed denken aan zijn moeder, een half leven geleden achtergelaten in een onooglijk steppedorp? Of lag het toch aan de wijn, die weliswaar zoet was als honing, maar onmiskenbaar een weeë afdronk droeg? In elk geval werd Baldaric al starend overweldigd door een melancholie die hem tot dan toe vreemd was. En blikkend over de grote waterplas voor zijn voeten, vroeg hij zich af of dit wel het juiste leven was voor hem. Toegegeven, hij was een succesvol krijgsman, gevreesd door de vijand en geëerd door zijn strijdmakkers. Maar zou hij niet gelukkiger geweest zijn als hoefsmid, ijzer smedend bij het hete vuur, en op zachte toon de paarden toesprekend, toe maar beestje, rustig, ik doe je geen pijn? Of had hij niet meer vreugde kunnen scheppen in het rustige en mystieke bestaan van genezer, kruiden plukkend en oude spreuken prevelend om zijn stamgenoten te beschermen tegen boze geesten en ander onheil? Baldaric zuchtte. Het waren carrières die, alvast op het vlak van work-life-balance, een pak beter scoorden dan die van zwervende soldaat.

Een opwellende traan verbijtend voor die gemiste levens, ledigde de krijger zijn wijnkroes. Langzaam, zich bewust van elke beweging, trok hij zijn zware strijdkledij uit. De maliën rinkelden, de ruwe stoffen gleden ritselend langs zijn gespierde en gehavende lichaam. Zijn zwaard plantte hij in het goudkleurige zand. De zon was intussen volledig verzwolgen, en liet slechts een zachte roze gloed na op de spaarzame wolken. Sterren en planeten verschenen schuchter aan de hemel. Baldaric ademde diep in, liet de zoute zomerlucht zijn longen vullen. Vastberaden stapte hij het water in tot de deining zijn knieën overspoelde, hurkte zich, en deed in stilte zijn gevoeg.

Hij voelde zich op slag een stuk beter.